De meeste Franse wijnboertjes zijn anoniem of zelfs onzichtbaar. Ze vullen hun flessen naast druivensap vooral met traditie en weemoed. Ieder jaar oogst, ieder jaar diezelfde groene fles met hoge schouders, dezelfde rottige kurk en hetzelfde vergeelde etiket met een aquarel van het afbrokkelende kalkstenen kasteel van grootvader. Zoals altijd, niet omdat het zo goed voelt, maar omdat het nooit anders was. Wat zou er anders moeten? Wat valt er te vertellen? Alle mythes zijn te vaak herhaald en onwaar gebleken. Er zijn geen meisjes die het rijpe fruit met hun kleine, zachte, roze blote-meisjes-voeten vertrappen. De werkelijkheid is er een van grote blinkende ketels en lelijke mannen in steriele laboratoriumjassen.
God, wat verlang ik naar romantiek. Ik wil een verhaal, of het nou waar is of niet. Ik wil de zoete herinnering aan warme vakantie-avonden, ik wil de mythe geloven, die wijn is alleen maar een excuus om te mogen dromen. Ik-wil-het-verhaal!
Gelukkig snappen steeds meer Europese wijnmakers me. In navolging van hun collega’s uit de Nieuwe Werelden beginnen zij hun wijnen nu van verhalen te voorzien. Leuke namen, hippe flesteksten vol grappen en grollen en zelfs een draaikurk. Het kan ineens allemaal. Ik heb nu bijvoorbeeld een Arrogant Frog in mijn glas. Zijn flessen zijn versierd met een gezonde portie zelfspot en prachtige etiketten; hij koopt het papier vast in bij de lokale bruidsdrukker. Telkens weer verrast hij me met een kijkje in het Franse leven waarvan ik dacht dat het alleen nog maar in mijn geheugen bestond. De kikker speelt Petanque, fietst mee in de lokale wielerwedstrijd en roept ‘Olala’ naar meisjes met donkere uitdagende ogen. 'Ribet!' Hij zwemt in mijn mond en daagt me uit tot een tongzoendans. Ik lik mijn glas, sluit mijn ogen en ga met hem mee op reis.



































